Methodiek

Een veilige fietser reageert gepast op (on)voorziene verkeerssituaties. Als we kinderen willen voorbereiden op een veilige verkeersdeelname is het noodzakelijk dat we ze leren hoe ze zich het best gedragen in risicosituaties.
Het project beoogt de leerlingen fietsvaardiger te maken en de diverse motorische fietsvaardigheden aan te leren en/of verder ontwikkelen. Dit aan de hand van een stappenplan dat progressief evolueert:

  • Van het uitvoeren en stimuleren van enkelvoudige elementaire basisbewegingen: stoppen, evenwicht, draaien, ... => naar meervoudige complexere bewegingen: met één hand rijden, achterom kijken en draaien,...
  • Van het aanleren van basisvaardigheden in een beschermd milieu => naar het oefenen van de "courante" verkeerstaken in het dagelijks verkeer.

De diverse fases die hierbij in acht genomen worden zijn;

Fase 1: Oefenen van de fietsvaardigheid op een gesloten terrein.

Leerlingen leren hun fiets beheersen op een vaardige manier. We gaan ervan uit dat de basisvaardigheid, het evenwicht behouden op twee wielen door de ouders is aangeleerd. De uitzonderingen kunnen de regel bevestigen...

Het beheersen van de fiets kan op de speelplaats of in de sporthal worden geoefend. De oefeningen kunnen met of zonder materiaal gegeven worden. Model fietsparcours zijn voorhanden.

Fase 2: Oefenen van de basisvaardigheden als fietsende verkeersdeelnemer in een beschermd milieu.

De leerlingen leren met de fiets verkeersvoorbereidend gedrag: links en rechts afslaan, voorrang geven, een kruispunt oversteken, een geparkeerde wagen inhalen, etc. de oefening gebeurt in de sportzaal of op de speelplaats.

Fase 3: Oefenen van basisvaardigheden als fietser in een beschermde verkeerssituatie.

Ervaringsgericht fietsen op de openbare weg met als doel de leerlingen praktische ervaring bij te brengen rond aangeleerde verkeersvaardigheden, de plaats van de fietser in het verkeer, het toepassen van het verkeersreglement. Ook gepaste kledij en bescherming en de staat van de fiets kunnen aan bod komen. Toepassen van de geleerde basisvaardigheden in het verkeer kan in eerste instantie op een afgebakend fietsparcours, op de openbare weg of in zogenaamde verkeerseducatieve routes en in tweede instantie in de "gewone" verkeersomgeving. Vanaf deze fase is het aan te raden ouders of zelfs de politie in te schakelen als extra begeleiders.

Fase 4: Oefenen van de fietsvaardigheid op de openbare weg

Ervaringsgerichte fietsuitstap in het verkeer met als doel de leerlingen praktische ervaring bij te brengen rond verkeersvaardigheden, de plaats van de fietser in het verkeer, het toepassen van het verkeersreglement, het bijbrengen van preventief rijgedrag, wijzen op gevaren in het verkeer, het inschatten van verkeerssituaties.

Modules

Onze methodiek vertrekt vanuit een analyse van reële verkeerssituaties voor fietsers. We hebben getracht om hiervan 12 modules samen te stellen waarin alle risicosituaties voor fietsers voorkomen. De handleiding baseert zich op deze 12 modules. Na het doorlopen van alle modules weten de leerlingen hoe ze zich in elke situatie het best gedragen.

  1. De plaats op de openbare weg
  2. De weg verlaten of oprijden
  3. Fietsen op een oneffen wegdek
  4. Fietsen op een tweerichtingsfietspad
  5. Fietsen in een eenrichtingsstraat
  6. Inhalen
  7. Fietsen en plots uitwijken
  8. Fietsen en de rijbaan oversteken
  9. Kruispunten
  10. Fietsen op een rotonde
  11. Dode hoek
  12. In groep fietsen 

Maar er is meer...

Vaardigheden

Elk fietsgedrag bestaat uit een aantal vaardigheden dat in een vloeiende beweging moeten gebeuren. Ook deze basisvaardigheden moeten geoefend worden. Welke basisvaardigheden bij welke risicosituatie dienen ingeoefend te worden vind je telkens samengevat bij de module. Het is belangrijk om deze basisvaardigheden te blijven oefenen.

  1. Stappen met de fiets aan de hand
  2. Op- en afstappen
  3. Vertrekken
  4. Vertragen, remmen en stoppen
  5. Richting houden
  6. Uitkijken
  7. Bochten nemen
  8. Arm uitsteken
  9. Hindernissen nemen
  10. Oogcontact maken
  11. Anticiperen
  12. Naast of achter elkaar fietsen

Bij die oefeningen houd je rekening met de moeilijkheidsgraad. Bouw daarom steeds de oefeningen gradueel op om te eindigen met de meest complexe situatie.