Achtergrond

Met de fiets deelnemen aan het verkeer is niet vanzelfsprekend. Om veilig te fietsen in het echte verkeer dienen kinderen immers te beschikken over de nodige kennis van het verkeersreglement (verkeersregels, verkeersborden, wegmarkeringen) en van preventief gedrag (gevaar identificeren en vermijden). Daarnaast zijn ook bepaalde vaardigheden onmisbaar: teken geven met de arm, achterom kijken... Ten slotte dienen de leerlingen over een positieve houding te beschikken: omgaan met groepsdruk, aandacht voor zichtbaarheid (Vb. fluoreflecterend materiaal) en veiligheid (Vb. dragen van een fietshelm).

Het is de verantwoordelijkheid van de school om permanent en op structurele wijze aandacht te schenken aan verkeers- en mobiliteitseducatie (vb. met de fiets op schooluitstap, naar het zwembad...). Voor deze opdacht kan de school een beroep doen op diverse externe partners: politie, ouders... en een ‘fietsmeester'. Om de leerkracht na de begeleiding door de fietsmeester te ondersteunen in praktische fietseducatie werd voor dit project de handleiding ‘Meester op de fiets' ontwikkeld.

Ouders hebben als schoolexterne partner een belangrijke rol in de verkeerseducatie van hun kind. Ouders zijn immers de eerste opvoeders en hebben een belangrijke voorbeeldfunctie. Het is dan ook van belang om de ouders te betrekken in het leerproces. Zij kunnen de praktische fietseducatie thuis en op school mee ondersteunen. Veel oefening en herhaling zijn immers noodzakelijk! ‘Meester op de fiets' betrekt de ouders in het leerproces dankzij de folder ‘Fietsvaardigheidstraining thuis'.